Middernachtzon en noorderlicht


De Lofoten zijn een Noorse eilandengroep tussen de 67e en 69e breedtegraad en liggen dus boven de poolcirkel. Het klimaat is desondanks mild, omdat warme Golfstroom rond de eilanden spoelt. De gemiddelde temperatuur in de zomer is 12 tot 14 graden en in de winter -1 met uitschieters naar beide kanten. De archipel kenmerkt zich door steile bergen met spitse pieken die met hun voeten in diepe fjorden en zeestromen staan. Toch is er ook plek voor pittoreske houten vissersdorpjes, maagdelijke stranden en veengebieden.


Het landschap, de luchten en het bijzondere licht maken van de Lofoten af en toe een sprookjesboek. Door de ligging boven de poolcirkel is er een periode waarin de zon niet meer ondergaat – de middernachtzon schijnt van ongeveer 28 mei tot en met 14 juli. Van 6 december tot 6 januari komt de zon juist niet meer boven de horizon. Toch heerst dan geen volledige duisternis. Omdat de zon dicht onder de horizon door glijdt, is er lange tijd een schemering als van voor een zonsopkomst of na een zonsondergang en midden op de dag is er vrijwel normaal daglicht.


Een bijzonder fenomeen is het noorderlicht, ofwel het poollicht dat op het noordelijk halfrond wordt aangeduid met de Latijnse naam aurora borealis. Dit verschijnsel is te zien tijdens wolkenloze nachten. Noorderlicht ontstaat als elektrisch geladen deeltjes van de zon botsen op gasmoleculen in onze atmosfeer. Aurora borealis openbaart zich als lichtgevende ‘stofwolken’ die soms als bogen verschijnen, maar ook langs de hemel kunnen razen als een reusachtig lichtgevend gordijn dat wild heen en weer wordt geschud. Noorderlicht verschijnt nooit in dezelfde vorm, het kan klein en reusachtig groot zijn. De kleur is meestal groen, maar gaat ook naar rood, paars, roze en geel.


Noorderlicht is te zien vanaf eind augustus, wanneer de nachten echt donker worden, tot en met begin april – daarna staat de zon ook 's nachts alweer te dicht onder de horizon.


Vogels


Het vogelleven was uitbundig, maar overal storten populaties in elkaar. Op en rond de eilanden Røst en Vaerøy zijn nog tienduizenden papegaaiduikers, alken, zeekoeten en drieteenmeeuwen, maar lang niet meer de honderdduizenden die er tot dertig jaar geleden waren.

Parelduikers en roodkeelduikers broeden op de Lofoten en ijs- en geelsnavelduikers vissen in de winter langs de kust. In die periode komen ook andere arctische soorten als ijseenden en koningseiders naar de Lofoten. Zeearenden, met hun meer dan 2,5 meter spanwijdte, zijn het hele jaar door aanwezig en talrijk. De zomer geeft goede kansen op velduil en ransuil, het najaar geeft betere kansen op sperweruil. Ruigpootuil is zeldzaam.


Blauwborsten, rietgorzen en fitissen zijn talrijk. Pestvogels zijn in het najaar vaak te vinden en soms ook haakbek. Merels en winterkoninkjes zijn zeldzaamheden. Ze zijn er, maar makkelijker is het beflijsters en waterspreeuwen te ontdekken. Van een soort als de morinelplevier zijn vermoedelijk slechts enkele broedgevallen per jaar. Doordat hier soorten voorkomen die je niet snel zuidelijker in Europa zult aantreffen, zijn de Lofoten voor vogelaars interessant, ondanks dat de soortenlijst na een dagje vogelen niet zo heel lang is.


Checklist vogels Lofoten NL-NO.pdf

Zoogdieren


Het dierenleven is aanmerkelijk minder soortenrijk. Beren zijn hier allang uitgeroeid en ook van lynxen is geen spoor te vinden.

Vossen worden zwaar bejaagd, maar zijn nog te zien. Hermelijnen komen soms in prettige aantallen voor, afhankelijk van de muizenstand. Otters zwemmen bijna overal langs de kust en je vindt ze helaas ook dood gereden op de weg. Nertsen, die hier van nature niet voorkomen maar ontsnapt zijn uit de bontindustrie, zijn er ook en worden als een bedreiging voor de vogelstand beschouwd. Op enkele eilanden zitten poolhazen.

Het aantal elanden lijkt toe te nemen en ze laten zich vooral in de winter zien. Sinds 2020 worden ook reeën waargenomen.

In het water komen wellicht meer soorten zoogdieren voor dan op het land.

Zeehonden kunnen op veel plekken opduiken. Maar ook zij worden bejaagd.

Orka's, of zwaardwalvissen, zijn tweede helft januari met een verrekijker te zien als ze aan de oceaan-kant zijn. Daar volgen ze, vaak vergezeld door bultruggen, grote scholen haringen die voorbij trekken. Eind maart keren een paar families orka's terug en verblijven dan met name in de Vestfjord. Ze zijn regelmatig vanaf de wal te zien, ze zwemmen soms dicht onder de kust.

Bruinvissen zijn regelmatig te zien. Gewone vinvis en dwergvinvis minder vaak. Grienden zwemmen doorgaans te ver van de wal om ze te kunnen zien. Een walvissafari vanaf de naast de Lofoten gelegen Vesterålen geeft de meeste kans om de diverse soorten te zien, met als garantie potvissen.


Planten


Liefhebbers van planten, mossen en bloemen komen op de Lofoten volop aan hun trekken. Een stukje door het veen lopen betekent beslist het vertrappen van diverse soorten die in Nederland hoog op de Rode Lijst staan. Het staat iedereen vrij overal te lopen en op ontdekkingstocht te gaan. In de lente en de zomer zijn velden geel en paars van de bloemen. Gevlekte orchis en wilde viool in de berm. In het najaar bulken de eilanden van de bosbessen, jeneverbessen en kruipbraam - een bes (multe in het Noors) waar de Noren wild van zijn.


Bevolking


Hoewel slechts 9 procent van de Noren in noord-Noorwegen woont, waartoe ook de Lofoten behoren, zijn de eilanden niet echt dunbevolkt. Zeker niet in vergelijking met een provincie als Finnmark – dat is groter dan Denemarken en er wonen maar 75.000 mensen. Wie in het donker over de Lofoten rijdt, verbaast zich over de vele plaatsen waar kunstlicht te zien is.

Op 1227 vierkante kilometer wonen 24.000 mensen. Vergeleken met een land als Nederland, waar ik vandaan kom, is dat natuurlijk toch wel rustig: de provincie Utrecht meet 1449 vierkante kilometer en daar wonen 1.164.875 mensen. Een andere vergelijking: de gemeente Uithoorn, waar wij tot april 2008 woonden, heeft 25.000 inwoners op 19,5 vierkante kilometer.


Economie: vis en toerisme


Visserij is al eeuwen de belangrijkste bron van inkomsten op de Lofoten. Vanaf begin februari tot en met april komt kabeljauw van de Barentszzee – die skrei wordt genoemd – naar de Lofoten om zich voort te planten. Al eeuwen komen en kwamen duizenden vissers van heel Noorwegen naar de eilanden om deel te nemen aan deze wintervisserij.

Het is olie dat Noorwegen tweede helft vorige eeuw uiteindelijk tot een rijk land maakte. Maar de duizend jaar daarvoor was de visserij de belangrijkste economische activiteit van Noorwegen, met name kabeljauw en/of stokvis van de Lofoten, zo leert ons het boek van wijlen Frank A. Jenssen, Torsk: fisken som skapte Norge (Kabeljauw, de vis die Noorwegen schiep). Vis, met name van de Lofoten, is het fundament onder de Noorse samenleving.

Nog steeds belanden veel vissen aan houten rekken waar ze tot stokvis gedroogd worden. Die stokvis gaat de hele wereld over, met Italië als grootste markt. Afrika, met name Nigeria, is een vrijwel even grote markt, maar dan voor de slechte kwaliteit, zoals gedroogde viskoppen.

Toerisme is tegenwoordig ook een zeer belangrijke inkomstenbron op de eilanden.

Economisch gezien verwaarloosbaar is de walvisjacht. Noorwegen jaagt nog altijd op dwergvinvissen en schiet er tijdens de zomer enkele honderden per jaar. Ook rond de Lofoten.


Lofoten: klimaat, economie, bevolking, planten, zoogdieren, vogels

Middernachtzon op de Lofoten

Links

Lokaal nieuws:

www.lofotposten.no

Hoe is het weer bij ons?:

https://www.yr.no

Noorderlicht verwachtingen:

www.spaceweather.com